In Nederland begroet je mensen op verschillende manieren. Bij vrienden en familie ben je informeel. Bij onbekende mensen of op je werk ben je formeel (beleefd).
Formeel
Beleefde taal voor onbekende mensen, oudere mensen of op het werk. Je gebruikt 'u'.
Informeel
Gewone taal voor vrienden en familie. Je gebruikt 'je' en 'jij'.
Voorbeelden
Informeel: Hoi! / Hé! / Hallo!
Formeel: Goedemorgen / Goedemiddag / Goedenavond.
Afscheid: Doei! (informeel) / Tot ziens. (formeel)
Twijfel je? Gebruik dan 'u'. Dat is altijd beleefd.
Bij de balie
Medewerker: Goedemorgen, kan ik u helpen? Bezoeker: Goedemorgen. Ik heb een vraag over mijn paspoort. Medewerker: Natuurlijk, zegt u het maar.
Oefenvragen
Test wat je hebt geleerd. Kies een antwoord om de uitleg te zien.
1
Je gaat naar het gemeentehuis. Hoe begroet je de medewerker?
2
Wat zeg je tegen een goede vriend?
3
Bij vrienden gebruik je meestal 'u'.
4
'Tot ziens' is een nette manier om afscheid te nemen.
5
Het is acht uur 's avonds. Je komt bij een formele afspraak. Wat zeg je?
6
Twijfel je tussen 'u' en 'jij'? Dan is 'u' een goede keuze.