A2 · Grammatica
Niet of geen?
Geen staat voor een zelfstandig naamwoord zonder de/het. Anders is het niet.
Geen gebruik je in plaats van een, of als er geen lidwoord staat: Ik heb een auto → Ik heb geen auto. Ik drink koffie → Ik drink geen koffie.
In alle andere gevallen gebruik je niet: bij een werkwoord, een bijvoeglijk naamwoord, of een woord met de/het. Ik werk niet. Het is niet duur. Ik zie de bus niet.
| zin | ontkenning | Luister |
|---|---|---|
| Ik heb een fiets. | Ik heb geen fiets. | |
| Ik drink koffie. | Ik drink geen koffie. | |
| Ik werk vandaag. | Ik werk vandaag niet. | |
| Het huis is groot. | Het huis is niet groot. | |
| Ik zie de bus. | Ik zie de bus niet. |
Regels
een + zelfstandig naamwoord → geen
een baan → geen baan
zelfstandig naamwoord zonder lidwoord → geen
tijd → geen tijd
werkwoord, bijvoeglijk naamwoord, de/het → niet
Ik kom niet. Het is niet koud.
Let op
Niet: Ik heb niet een auto. Wel: Ik heb geen auto.
Oefenen
6 korte vragen. Na elk antwoord zie je waarom.