A1 · Grammatica
Meervoud: huis, huizen
Meestal -en, soms -s. Het meervoud heeft altijd de.
De meeste woorden krijgen -en in het meervoud: de bank, de banken. Woorden op -el, -em, -en, -er en -je krijgen -s: de tafel, de tafels; het meisje, de meisjes.
Let op de spelling, net als bij werkwoorden. Een lange klank blijft lang: het jaar, de jaren (één a, want de lettergreep is open). Een korte klank houdt je kort met een dubbele medeklinker: de bus, de bussen.
Een f of s aan het eind wordt vaak v of z: de brief, de brieven; het huis, de huizen.
| enkelvoud | meervoud | regel |
|---|---|---|
| de bank | de banken | + en |
| de tafel | de tafels | -el: + s |
| het meisje | de meisjes | -je: + s |
| het jaar | de jaren | lange a: één a |
| de bus | de bussen | korte u: dubbele s |
| de brief | de brieven | f wordt v |
| het huis | de huizen | s wordt z |
Regels
Meestal: + en.
de dag → de dagen
Op -el, -em, -en, -er, -je: + s.
de kamer → de kamers
Woorden op een klinker krijgen vaak 's.
de auto → de auto's
Onregelmatig: leer ze los.
het kind → de kinderen; de stad → de steden
Let op
Het meervoud is altijd de, ook als het woord in het enkelvoud het is: het huis, de huizen.
Oefenen
8 korte vragen. Na elk antwoord zie je waarom.