Regering en parlement
Het parlement, officieel de Staten-Generaal, bestaat uit de Tweede Kamer (150 leden) en de Eerste Kamer (75 leden). De regering wordt gevormd door de koning en de ministers; de ministers en staatssecretarissen samen vormen het kabinet. De minister-president zit de wekelijkse ministerraad voor en is daarmee de politieke leider van het kabinet.
Hoe ontstaat een kabinet?
Omdat vrijwel nooit één partij de meerderheid haalt, begint na de verkiezingen de kabinetsformatie. Onder leiding van achtereenvolgens een verkenner, een informateur en een formateur onderhandelen partijen over een coalitie en leggen zij hun afspraken vast in een regeerakkoord. Soms ontstaat een minderheidskabinet, dat per onderwerp steun in het parlement moet zoeken.
Wetten maken en controleren
Een wetsvoorstel wordt eerst behandeld in de Tweede Kamer, die het mag wijzigen via amendementen. Daarna oordeelt de Eerste Kamer, die het voorstel alleen kan aannemen of verwerpen. Pas nadat de koning en een minister de wet hebben ondertekend en de wet is gepubliceerd, treedt zij in werking.
Het parlement controleert de regering met vragen, moties, interpellaties en parlementaire enquêtes; neemt de Tweede Kamer een motie van wantrouwen aan, dan moet een minister of het hele kabinet aftreden.