Bezetting 1940–1945
In mei 1940 viel nazi-Duitsland Nederland binnen. Na het bombardement op Rotterdam capituleerde het Nederlandse leger, waarna het land vijf jaar lang bezet bleef. De regering en koningin Wilhelmina weken uit naar Londen en spraken het volk via de radio toe.
De Holocaust
Tijdens de bezetting werden Joodse Nederlanders stap voor stap uitgesloten: zij moesten zich registreren, een gele ster dragen en werden uiteindelijk via doorgangskamp Westerbork gedeporteerd naar vernietigingskampen. Van de ongeveer 140.000 Joden die in Nederland woonden, werden er ruim 100.000 vermoord — verhoudingsgewijs meer dan in de meeste andere West-Europese landen.
Sommige Nederlanders kwamen in verzet, bijvoorbeeld door onderduikers te helpen of illegale kranten te verspreiden; anderen werkten juist met de bezetter samen. In de Hongerwinter van 1944–1945 stierven in het westen van het land duizenden mensen door voedselgebrek. Op 5 mei 1945 werd Nederland bevrijd.
Herdenken en vieren
4 mei — Nationale Dodenherdenking: om 20.00 uur wordt in het hele land twee minuten stilte gehouden voor alle oorlogsslachtoffers.
5 mei — Bevrijdingsdag: het einde van de bezetting wordt gevierd en er wordt stilgestaan bij de waarde van vrijheid, onder meer met bevrijdingsfestivals.