De Opstand tegen Spanje
In de zestiende eeuw hoorden de Nederlanden bij het rijk van de Spaanse koning Filips II. Omdat veel inwoners zich verzetten tegen hoge belastingen en tegen de vervolging van protestanten, brak in 1568 een opstand uit. Die opstand groeide uit tot een oorlog die tachtig jaar zou duren en die uiteindelijk leidde tot een onafhankelijke staat.
De Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden
Terwijl bijna heel Europa door koningen werd geregeerd, was Nederland vanaf het einde van de zestiende eeuw een republiek: een verbond van zeven gewesten dat werd bestuurd door de Staten-Generaal, met een stadhouder als militair leider. Bij de Vrede van Münster in 1648 erkende Spanje de Republiek officieel als onafhankelijke staat.
Van Franse tijd naar Koninkrijk
Aan het einde van de achttiende eeuw kwam de Republiek onder Franse invloed en later zelfs onder Frans bestuur. Nadat de Fransen in 1813 waren vertrokken, keerde de zoon van de laatste stadhouder terug; in 1815 werd Nederland officieel een koninkrijk met Willem I als eerste koning.
Een beslissend moment volgde in 1848, toen de liberaal Thorbecke een nieuwe grondwet schreef. De macht van de koning werd sterk beperkt en de ministers werden voortaan verantwoordelijk tegenover het parlement. Deze herziening vormt tot op de dag van vandaag de basis van de Nederlandse parlementaire democratie.