Naar de markt
In veel steden en dorpen is er een markt, vaak één of twee dagen per week. Op de markt koop je groente, fruit, vis, kaas en bloemen. Het is vers en vaak goedkoop.
MarktEen plek buiten met kramen. Je koopt er vers eten en andere spullen.
KraamEen kleine winkel op de markt, met een tafel en een dak.
VersNieuw en niet oud. Verse groente en vers fruit zijn gezond.
Op de markt praten
Een kilo appels, alstublieft.
Mag ik twee broden?
Anders nog iets? — Nee, dat was het.
Op de markt kun je niet altijd pinnen. Neem ook contant geld mee.
Bij de groentekraamVerkoper: Goedemorgen! Zegt u het maar. Klant: Een kilo tomaten, alstublieft. Verkoper: Alstublieft. Anders nog iets? Klant: Nee, dat was het. Verkoper: Dat is dan drie euro.