IBA.
LerenLes 3 van 3
Les 3 van 3

A1 · Boodschappen doen

Op de markt

5 min lezen

Naar de markt

In veel steden en dorpen is er een markt, vaak één of twee dagen per week. Op de markt koop je groente, fruit, vis, kaas en bloemen. Het is vers en vaak goedkoop.

Markt
Een plek buiten met kramen. Je koopt er vers eten en andere spullen.
Kraam
Een kleine winkel op de markt, met een tafel en een dak.
Vers
Nieuw en niet oud. Verse groente en vers fruit zijn gezond.

Op de markt praten

Een kilo appels, alstublieft.

Mag ik twee broden?

Anders nog iets? — Nee, dat was het.

Op de markt kun je niet altijd pinnen. Neem ook contant geld mee.
Bij de groentekraam
Verkoper: Goedemorgen! Zegt u het maar. Klant: Een kilo tomaten, alstublieft. Verkoper: Alstublieft. Anders nog iets? Klant: Nee, dat was het. Verkoper: Dat is dan drie euro.

Oefenvragen

Test wat je hebt geleerd. Kies een antwoord om de uitleg te zien.

1

Wat koop je op de markt?

2

De verkoper vraagt: 'Anders nog iets?' Wat bedoelt hij?

3

Op de markt kun je altijd pinnen.

4

Een kraam is een kleine winkel op de markt.

5

Je wilt een kilo appels kopen. Wat zeg je?

6

'Vers' betekent: oud en niet meer lekker.